Fragmenten
"Met beide voeten in de modder":
Fragmenten
"Afgaan op uiterlijk":
|
De advocaat
(pagina's 55-59)
(...) Voor de kenner is er toch nog het nodige ‘persoonlijke’ aan de toga te zien. De ene advocaat loopt in een glimmende zijden toga met glimmende schoenen eronder; een ander draagt een te kleine, van een kantoorgenoot geleende, kreukige toga. Met spijkerbroek en gympen eronder. Bij weer een ander is de toga wel in orde, maar is het befje te heet gewassen. Enzovoort. Kledingcodes zijn zelden uitgeschreven. Zelfs niet binnen de advocatuur. Vaak kleedt men zich op kantoor zoals de anderen gekleed gaan. En in het bijzonder probeert men zich te kleden zoals zij-die-ertoe-doen gekleed gaan. We mogen hierin rustig een vorm van sociale controle herkennen, of een algemeen aanvaarde gedragscode binnen een bepaalde (beroeps)groep. Wie binnen de groep anders gekleed gaat, kan rekenen op commentaar. Een advocaat van het Rotterdamse Nauta Dutilhkantoor bericht het volgende: ‘Voorheen golden in de advocatuur nog de strengste kledingnormen, maar nu heeft ook hier de casual Friday zijn intrede gedaan. Als gevolg hiervan komt praktisch iedereen op vrijdag in zijn of haar tuinkleding, schilderstenue of erger. En het grijpt om zich heen: zelfs door de week worden vaak dassen al niet meer gedragen. Men draagt nog wel een pak, en dat is een pak van mijn hart.’ (...)
Het pak van de advocaat is in principe tweedelig. Het vest is in ongenade gevallen. Eerst maar weer eens een strenge winter, dan komen de vesten vanzelf weer te voorschijn. Het pak is donkerblauw of donkergrijs (antraciet), effen of met een streepje. Ook het ruitje mag op het advocatenkantoor. Over de vraag of daaronder ook de ruitjes van Theo Hiddema begrepen moeten worden, is nog geen definitief vonnis geveld. Het overhemd is bij voorkeur effen wit of lichtblauw. (Hoewel er advocaten zijn die in een reflex ‘ober’ beginnen te roepen als ze een collega in een spierwit overhemd zien.) Een streepje kan, maar niet te opruiend. Zeker geen gekleurde overhemden of streepjesoverhemden met witte manchetten en boord. Een smetteloos wit overhemd is een toonbeeld van welgewassenheid en onberispelijkheid én geeft aan dat de drager geen handenarbeid verricht. (...) Hoewel ook onder advocaten het dasgebruik lijkt af te nemen, zoals de Rotterdamse maître tot zijn schrik constateerde, gaat het merendeel van de advocaten nog steeds met das naar het werk. Uiteraard is de das van zijde en nooit van katoen, wol, polyester of een ander plastic. De advocaat kiest de das in goede combinatie met pak en overhemd en zorgt ervoor niet te flitsend te zijn, hoewel de das wel de mogelijkheid biedt zich te onderscheiden van anderen. Knallende kleurendassen leiden af in een gesprek met een cliënt en van de representativiteit van het pak. Knallen is doorgaans meer iets voor de cliënt.(...)
|