Fragmenten
"Met beide voeten in de modder":
Fragmenten
"Afgaan op uiterlijk":
|
De schrijver
(pagina's 95-99)
(...)De schrijverswereld laat een ambivalent beeld zien. Een enkele schrijver gaat zeer verzorgd en goed gekleed, het merendeel kan echter qua kleding zo voor journalist doorgaan. Ooit hadden we schrijverdandy Louis Couperus, maar de schrijvers van vandaag de dag hopen toch vooral door matig gekleed te gaan inhoudelijk veel indruk te maken. Een tragische misvatting. Harry Mulisch heeft daarvan geen last. Hij is onmiskenbaar een van de belangrijkste moderne schrijvers in het Nederlandse taalgebied zónder zich daarbij beroerd te kleden. Niet alleen kleedt hij zich goed, ook in voorkomen is hij zeer gesoigneerd. Tegen de eentonigheid wisselt hij zijn ribfluwelen pakken af met andere pakken. (...) De meeste schrijvers echter hebben geen idee van kleding. Natuurlijk houdt de schrijver er vanuit artistiek oogpunt rekening mee dat hij niet geïnteresseerd moet zijn in wat hij draagt iets heel anders dus dan de creatieve visie van de reclameman. Over kleding kan hij zich, gezien zijn hogere bezigheden, niet druk maken. Hierin trekt hij gelijk op met de kunstenaar. We zien vettige jasjes uit het midden van de twintigste eeuw, toen al afgedragen, die de gevolgen van decennialange zich herhalende hoofdhuidvernieuwing in zich herbergen. We zien een broek die qua stof, kleur en model niet bij het jasje past, maar wel qua ouderdom en verkaasdheid. Het geheel wordt afgemaakt met afgedragen, ooit voor het boekenbal van 1979 gekochte, onopvallende zwarte stappers. In het Precambrium was het boekenbal in smoking. Lang geleden is daar de klad in gekomen. Wie gekleder gekleed gaat naar het gala dan in een oude trui of een oud jasje, is buitenissig en overdressed. Giphart kan er heel verdrietig van worden als de kranten een dag na het boekenbal melden dat hij daar wéér op gympies was verschenen. Laat die journalisten er dan tenminste bij schrijven dat het wél Paul Smith-gympies waren! Aldus Giphart. (...)
|