Stilte (gedichtendag donderdag 25 januari 2007)
Er was eens stilte.
Zo mooi, zo zuiver, zo onpeilbaar sereen,
Geen geluid ter wereld durfde erheen.
Maar de stilte in zichzelf
Was als een kolkende orkaan,
Een identiteitscrisis van jewelste
Daar was geen stilhouden aan.
En dus ineens, uit de geluidloosheid
Barstte het los, als een wanhopig componist
Die niets van componeren wist.
En de stilte trilde als een riet
Wist niet hoe ze het had en bad
Hardop, ‘ik had geen verweer meer’
En zo verbrak zij zich nog een keer
Daarna was er weer stilte.
Behaaglijke stilte, niet op springen
Men hád de stilte kunnen horen zingen
Zo was de stilte in evenwicht
Met zichzelf, en het aardige is
Dat nu ook het geluid af en aan
Bij de stilte langs kan gaan
Benieuwd wie de stilte in het geluid herkent.